Jachthaven-Eeklo
Welcome to our site!
EYK vzw    EEKLOSE YACHTING & KAMPEERAUTOVERENIGING

Eeklo
Oppervlakte: 3005 ha; inwoners: 19105.

Halverwege tussen Gent en Brugge, "entre les tours de Bruges et Gand", waarover Jacques Brel zong, in het hart van het Meetjesland, ligt het gezellige provinciestadje Eeklo.  Het is de poort naar het krekengebied in het noorden en het houtland in het zuiden.

Naam: Eeklo is een samenstelling van twee woorden: 'eek' en 'lo'.  'Eek' komt van 'eke' of eik en 'lo' is het Germaanse 'lauha' of bosje, verspreide begroeiing van struiken en laagstammige bomen.  Eeklo betekent dus niet eikenbos, maar wel 'bosje gelegen aan een eik/aan eiken'.

Een brokje geschiedenis
Ontstaan
Toen Eeklo in 1240 zijn stadskeure kreeg, had het al een stukje geschiedenis achter de rug.  In de 12de eeuw nog vormde het een schaars bewoond overgangsgebied tussen twee Vlaamse kasselrijen: het Brugse Vrije en de Oudburg van Gent.
Ten westen van het huidige Eeklo lagen twee gehuchten die kerkelijk deel uitmaakten van de parochie Adegem: Balgerhoeke, dat was ontstaan aan de Molengracht (de latere Lieve) op de weg van Kaprijke naar Brugge, en het oudere Raverschoot op de heerweg van Brugge naar Antwerpen.  Raverschoot was een heerlijkheid en had een vesting die in 1127, na de moord op Karel de Goede, werd platgebrand.

De kerk, het stadhuis en het 'Rootje'

De brede heerweg van Brugge naar Antwerpen, uitstekend gelegen op de droge zandrug die zich van Maldegem tot Stekene uitstrekt, doorsnijdt het Eeklose grondgebied van west naar oost.  Die dekzand rug maakt deel uit van een afdammend rugcomplex, dat de waterafvoer in noordelijke richting belet.  Daardoor ontstonden aan de zuidkant (omgeving provinciaal domein Het Leen) afvoerloze kommen of depressies (Broeken, Zuidmoer, Oostmoere) waarin zich een veenlaag vormde.  Ook ten noorden van de zandrug, tegen St.-Laureins aan, vormde zich een moer; een waterrijk onontgonnen stuk woeste grond.
De droge zandrug was een ideale plaats voor bewoning, maar was arme, schrale landbouwgrond, wat een late ingebruikneming verklaart.
Ten noordoosten van de heerweg, richting Kaprijke en zich verder uitstrekkend over Lembeke en Oosteeklo, lag het grafelijke domein Aalschoot, waarvan de zuidelijke uitlopers langs de heerweg ook wel Eeklo, 'dun laagstammig bos aan de eik', genoemd werden.

Reeds in de 11de eeuw en wellicht vroeger kwam er op de heerweg een druk verkeer tot stand.  Er waren niet alleen de reizigers en handelaars op weg tussen het Brugse Vrije en het Waasland en verder naar Antwerpen, maar ook was er de verkeersstroom van Gent naar Aardenburg, waar de Gentse abdijen Sint-Baafs en Sint-Pieters omvangrijke eigendommen bezaten.
In de 12de eeuw kwam er vanuit het latere Eeklo nog een verkeersstroom in noordelijke richting bij, toen de graaf van Vlaanderen op grote schaal de moeren in het noorden van het graafschap liet ontvenen.  Zo'n druk verkeer heeft er ontegensprekelijk mensen toe aangezet zich te vestigen aan de Antwerpse heerweg en voornamelijk op de plaats waar de weg (Boelare en Peperstraat) naar het rijke noordelijke turfgebied begon, de kern van Eeklo.  Bovendien was het er goed om wonen op de droge zandgrond.
Toen in het begin van de 13de eeuw de turfontginning in het Meetjesland naar een hoogtepunt ging, begon gravin Johanna van Constantinopel grote stukken van haar domein Aalschoot te verkopen, zodat vele ontginners uit de moergebieden hier een nieuw bestaan vonden.  Onder haar bescherming ont­stond daar omstreeks 1226 een kloostergemeenschap, die in 1232 naar Oosteeklo verhuisde.  De gravin moedigde de kolonisatie aan door het verlenen van speciale voorrechten, zodat de bewoners hier niet langer onderworpen waren aan het gezag van de heren van het Ambacht Maldegem.
Ook de kerk zag het belang van de nieuwe woonkernen in en richtte twee parochies op: Sint-Vincentius aan de heerweg (Eeklo) en Sint-Egidius in Aalschoot (Lembeke).  Beide worden al vernoemd in de keure van 1240 en dateren dus uit het eerste kwart van de 13de eeuw.

Stadskeure
Toen de nieuwe woonkernen levensvatbaar bleken, gaf gravin Johanna ze ook een nieuwe status, die ze in 1240 vastlegde in een stadskeure.  De helft van Raverschoot en Balgerhoeke en in het noorden ook een stuk van de Noordmoer in het Ambacht Maldegem, werden bij de Keure van Eeklo gevoegd, wat de heer van Maldegem niet in dank afnam.  Een oude rivaliteit tussen Maldegem en Eeklo vindt daar haar oorsprong.  Ook het Ambacht Zomergem moest Oostwinkels grondgebied afstaan tot in de Zuidmoer (Het Leen).

De Keure omvatte dus Eeklo en Lembeke en dat zou zo blijven, tot in 1626 de Spaanse koning Filips, ook graaf van Vlaanderen, de heerlijkheid Eeklo verkocht aan Jan Vander Speeten.  Van 1649 tot het einde van het Ancien Régime was Eeklo in handen van de familie della Faille.
Door zijn stadskeure bezat Eeklo een relatieve zelfstandigheid en een grote rechtsmacht, wat bevestigd wordt door zijn status van 'contribuante' van het Brugse Vrije: het moest alleen belastingen betalen en manschappen leveren in geval van oorlog.

Het graven van de Lieve tussen Gent en Damme in het midden van de 13de eeuw (deels op Eeklo's grondgebied) en het Leiken (het kanaal tussen Eeklo-binnen en de Lieve) in de 15de eeuw droegen in grote mate bij tot de ontwikkeling van de stad.  Eeklo werd een welvarend stadje van lakenwevers, dat gaandeweg meer in de richting van Gent, de groeiende handelspool, begon te kijken dan in de richting van Brugge, de kwijnende zeehaven.  In de 15de eeuw kwamen zelfs kooplui uit de Duitse Hanzesteden Hamburg en Lübeck op de Eeklose markt wollen weefsel kopen.

De oude kerk die in 1878 plaats diende te maken voor het huidig neogotisch bouwwerk, dateerde uit de 13de eeuw.  Sint-Vincentius werd op zijn naamdag (22 januari) vereerd met een kleine ommegang en op derde pinksterdag met een grotere processie.  Op 22 januari werd er brood aan de armen uitgedeeld en nu nog wordt het gebruik in stand gehouden door de verkoop van vincentiusbroodjes ('vincen­tius­koekjes') voor caritatieve doeleinden.  Tot 1559 behoorde Eeklo kerkelijk tot het bisdom Doornik en nadien tot het bisdom Brugge, dekenaat Aardenburg.  In 1801 werd Eeklo een dekenaat dat ressorteert onder het bisdom Gent.

Van in de Middeleeuwen had Eeklo een markt op donderdag en een jaarmarkt op Sacramentsdag, de tweede donderdag na Pinksteren.

O.-L.-Vrouw-ten-Doorn

In 1449 kwamen zich grauwzusters vestigen op de plaats waar vrome vrouwen herhaaldelijk een Maria­beeld in een meidoorn hadden teruggevonden.  Het miraculeuze beeld wordt sedertdien vereerd in de kapel van het klooster van O.-L.Vrouw-ten-Doorn.  Pas in de tweede helft van de 19de eeuw werd het een echt bedevaartsoord.

Hoewel er geen enkel tastbaar bewijs voorhanden is, houden de Eeklonaars taai vast aan de eeuwenoude overlevering dat Keizer Karel V niet in Gent, maar in Eeklo geboren werd !  In de winternacht dat zijn moeder uit Brugge naar Gent reisde, werd zij in Eeklo door barensweeën overvallen en bracht zij in het grootste geheim haar kind ter wereld.  Ze reisde daarop verder naar Gent, waar het nieuws wereld­kundig gemaakt werd.
In de beroerde tijden van het einde van de 16de eeuw kreeg Eeklo rake klappen te incasseren.  In 1566 ontsnapte het niet aan de Beeldenstorm.  Als open stad, Eeklo had nooit stadsmuren, was het de prooi van legerbenden zowel van vriend (de Spaanse troepen) als van vijand (de Staatse of Hollandse legers).  De nonnen van O.-L.-Vrouw-ten-Doorn werden door de geuzen uit hun klooster verjaagd, vluchtten naar Gent en kwamen niet meer terug.  Tussen 1581 en 1600 werd Eeklo vier maal platgebrand, de meeste Eeklonaars hadden de stad toen verlaten en het was pas na 1609 dat Eeklo weer goed bevolkt raakte.  De 17de eeuw bleef een rampzalige tijd met veel oorlogen, brandschattingen, plunderende troepen en zware belastingen.

Textielnijverheid
In de 18de eeuw dankte Eeklo zijn nieuwe bloei aan de lijnwaadweverij.  Het stadje werd voorgoed het centrum van de overigens landelijke streek door zijn belangrijke textiel- en graanmarkt op donderdag en de oprichting van de Latijnse school van de paters recolletten (= minderbroeders).
Die centrumfunctie werd nog versterkt, toen Eeklo in de Franse Tijd (1795-1815) verheven werd tot districtshoofdplaats met een onderprefectuur, een rechtbank van eerste aanleg en een kantoor voor registratie en hypotheken.  Deze nieuwe instellingen brachten veel volk naar Eeklo en enkele hogere ambtenaren lieten in de omgeving van de Markt nieuwe huizen bouwen.  Jammer genoeg was het ook een tijd van vergaande verfransing van de administratie en van het openbare leven.
In de Hollandse Tijd (1815-1830) werd de afzetmarkt voor de Eeklose textiel producten geopend naar het noorden en groeide er een generatie op, waaronder Karel Lodewijk Ledeganck, die opkwam voor de rechten van onze moedertaal.

De Belgische Omwenteling scheidde de Eeklose burgers in twee kampen: patriotten (de latere katho­lieken) versus orangisten (de latere liberalen).  In 1831 woonden in Eeklo een aantal mannen die aan de wieg stonden van de Vlaamse Beweging: Karel August Vervier, de 'nestor' van de Vlaamse dichters, was ontvanger van de rijkskassier (= voorloper van de nationale bank), Jan Frans Willems was van 1831 tot 1835 ontvanger van de registratie en de dichter en uitgever Frans Rens werkte in zijn dienst.  Bij hen vond Ledeganck de nodige steun (financieel en moreel) om door te gaan met zijn literair werk.

Beroemde mannen
Schilders, schrijvers en uitvinders gaven Eeklo de nodige uitstraling: Jozef Geirnaert (1790-1859), Serafien De Vliegher (1806-1848), Jacob Godineau (1811-1873), Antoon De Poorter (1812-1841) en Theodoor De Heuvel, (1817 -1905) werden herhaaldelijk bekroond en bouwden een internationale carrière uit.  Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847) schonk Vlaanderen met zijn Drie Zustersteden het 'dichterlijk evangelie van de Vlaamse Beweging' en werd de belangrijkste dichter van zijn generatie.  Pieter Ecrevisse (1804-1879), die in Eeklo vrederechter was, werd de Limburgse Conscience genoemd.  Polydoor Lippens (1810-1889), ingenieur en leraar aan het hof, was de uitvinder van onder meer de elektrische bel.



Vredegerecht

Industrialisatie en urbanisatie
Eeklo had in de 19de eeuw alle troeven om te evolueren tot een geïndustrialiseerde provinciestad.  Kleine 'manufacturen' (weefateliers) groeiden uit tot grote textielfabrieken, die werk verschaften aan duizenden arbeiders uit het hele Meetjesland.  In 1860 werd de Eeklose Vaart gegraven en via het verbrede Leiken verbonden met het Schipdonkkanaal.  De spoorweg Eeklo-Gent werd in 1861 in gebruik genomen.  Aan het einde van de 19de eeuw was Eeklo een bloeiend provinciestadje met een groeiende bevolking, rijke textielbazen, gegoede middenstanders, een goed georganiseerd lager en middelbaar onderwijs, een rijk verenigingsleven en niet minder dan vijf lokale weekbladen van diverse strekkingen.  In de 20ste eeuw had Eeklo zijn welvaart te danken aan de textielindustrie, de voedings­nijverheid (brouwerij Krüger, zuivelfabriek Stassano en koekjesfabrieken Vanhora, RVH en Lilan) en de meubelnijverheid.  Vandaag blijft daarvan niet veel meer overeind en is Eeklo vooral een residentieel, rustig stadje met veel nutsvoorzieningen, openbare diensten en onderwijs.

Folklore
Reeds in de 18de eeuw kende men de herbakkerlegende, die vandaag de dag in Eeklo nog levendig gehouden wordt.  Toen zei men tegen iemand die een slecht karakter had, lelijk was of mismaakt: "Ga naar Eeklo om je te laten herbakken".  Het hoofd werd door de herbakker afgehouwen, de 'patiënt' kreeg een boerenkool op zijn romp en zijn hoofd ging in de oven.  Een karakter- en gedaantewisseling voltrok zich, het hoofd kwam 'herbakken' uit de oven.

Spotnamen
De herbakkerlegende heeft overigens niets te maken met één van de Eeklose spotnamen: de Dobbel­gebakkenen.  Die naam kregen de Eeklonaars wellicht, nadat ze in 1448 een proces dat ze hadden aangespannen tegen de Maldegemmenaars, verloren en bovendien dubbel beboet werden.  Een andere spotnaam voor Eeklonaars is Peperloocketers (= ajuinvreters), een naam die reeds door de Bruggeling Edewaerd de Dene in zijn 'Lange Adieu' uit het 'Testament Rhetoricael' van 1561 vermeld wordt.  Een recentere spotnaam voor de Eeklonaars is Greppeschijters, doelend op de 'greppen' of open riolen die in de 19de eeuw een onwelriekende geur in de binnenstad verspreidden.

Kasteel Heldenpark

Bezienswaardigheden

Neogotiek: de overheersende bouwstijl
Op bouwkundig gebied werd Eeklo in de 19de eeuw een schoolvoorbeeld van de neogotiek.  Alle grote namen van de neogotiek in Vlaanderen zijn hier aan het werk geweest.  Op verzoek van Karel Francies Stroo, burgemeester en weldoener van veel religieuze instellingen, tekende de Gentse beeldhouwer Pierre de Vigne-Quyo in 1855 de kapel O.-L.-V.-Onbevlekt-Ontvangen voor de zusters van St.-Vincentius-à-Paulo in de 'Brugschestraat' (thans Koning Albertstraat).  De Gentse architect Karel Bruggeman ontwierp in 1864 de grafkapel voor Karel Stroo.  In 1866 verrees op de Markt de neogotische paterskerk naar een ontwerp van pater-minderbroeder Germanus Van Haag.  Modest De Noyette tekende de plans van de monumentale Sint-Vincentiuskerk die tussen 1878 en 1883 op de plaats van de oude kerk werd opgetrokken.  De grote voorman van de neogotiek in Vlaanderen, baron J. B. Bethune, is de vermoedelijke ontwerper van de congregatiekapel van de zusters van liefde (O.-L.-Vrouw-ten-Doorn), gebouwd in 1884.  Kapellen en kerken volgden elkaar in een snel tempo op: de Sint-Jozefskapel van de arme klaren (1894), de Heilig-Grafkapel (1900), de kerk van Sint-Antonius van Padua in Balgerhoeke (1905) en de Sint-Jan-Baptistkapel van de Psychiatrie (1913). en de Sint-Jan-Baptistkapel van de Psychiatrie (1913).







 
   
Grafmonument Bernard Steyaert

Ook in de burgerlijke bouwkunst is de neogotiek in Eeklo goed vertegenwoordigd met het oud-herenhuis Goethals-Alleman (voorheen Reychler) (1886), hetVredegerecht, een ontwerp van Henri Vaerwyck uit 1895, de Psychiatrische kliniek Sint-Jan-Baptist (1905) en de Werkmanskring (1929).
Opvallend is de grote inbreng van Eeklose kunstenaars in het totstandkomen en aankleden van 19de-eeuwse neogotische bouwwerken: de aannemers Desiré Heysse, Vincent en Philibert Reychler en Raymond Vrombaut, de architect Frans Van Wassen­hove, de beeldhouwers Karel Smitz, Fernand Nisol en August Nijs, en de kunst­smid Pieter Vande Putte.

De Sint-Vincentiuskerk
Op de Markt kom je onder de indruk van de monumentale, 99 meter hoge toren van de Sint-Vincentiuskerk, een sober gebouw met een weelderig interieur, een parel van de neogotiek.  Het gebouw en het deels 18de-eeuwse Hooghuys-orgel werden als monument beschermd.  De Eeklose aannemer Desiré Heysse bouwde van 1878 tot 1883 aan de kerk naar een plan van Modest De Noyette.
Aan de buitenzijde van het kolossale, volumineuze bouwwerk overheerst de vrij eenvoudige, schrale baksteengotiek.  De driebeukige kruiskerk heeft in de westtoren de hoofdingang (waarboven het doksaal) met aan weerszijden een zijportaal.  Het imposante schip telt vijf traveeën met telkens links en rechts een beuk met zijkapel.  Het koor heeft een niveauverschil van vijf treden.  Het rijke interieur is een ware schatkamer van neogotiek.  De gewelf- en wandschilderingen zijn van de hand van Leon Bressers.  In de blinde muurpartij van het hoogkoor heeft Honoré Verwilgen, in die tijd directeur van de Eeklose Academie voor Schone Kunsten, in totaal veertig rechtstaande heiligen geschilderd, die de verspreiding van het christendom in Vlaanderen bevorderd hebben.


                  Oud-herenhuis Goethals-Alleman

De meeste beelden in de kerk zijn het werk van de Gentse beeldhouwer Matthias Zens.  In de kruisbeuk hangt een kruisweg van Jozef Meganck en twee monumentale schilderijen (De intrede in Jerusalem en De aanbidding van de Koningen) van de Sleidingnaar Leo Steel.  De beelden van de pastoor van Ars en van Theresia van Lisieux van de hand van de beeldhouwer Poli uit Lyon, vallen op door hun expressiviteit.  Architect De Noyette ontwierp ook de meeste kerkmeubelen.  Ze werden uitgevoerd door een schare beeldhouwers, waarvan de belangrijkste zijn: Camiel Lippens (hoofdaltaar, zijaltaren en preekstoel) Matthias Zens (koorgestoelte en enkele altaren in zijkapellen) en de Eeklose beeldhouwer Karel Smitz (communiebank, biechtstoelen naar een ontwerp van Henri Vaerwyck, doksaal en orgelkast).
De glasramen gemaakt door Gustaaf Ladon, Jos Casier en H. Dobbelaere zijn indrukwekkend.  Het schitterende glasraam Johannes op Patmos (of De Apocalyps) in de rechterkruisbeuk (zuidelijke transeptarm) vormt een hoogtepunt in het oeuvre van Gust Ladon en is een reis naar Eeklo waard.

Stadhuis
In de schaduw van de kerk staat het beschermde 17de-eeuwse stadhuis in Vlaamse renaissancestijl.  Het werd in 1932 grondig gerestaureerd en vergroot met een belfort, waarin een vredesbeiaard (dertig klokken) hangt.  Om het half uur speelt hij een deuntje.  Daarnaast staat het Rootje, een rij van zeven 17de-eeuwse huisje, oorspronkelijk gebouwd op kerkhofgrond.


Achter het Rootje

Andere beschermde monumenten in Eeklo zijn het middeleeuwse poortgebouw en het woonhuis van de Huysmanshoeve (of Groot Goed, voorheen eigendom van het Rijke Gasthuis van Gent) in de Bus (richting Kaprijke), de rijk versierde 17de-eeuwse kapel van O.-L.-V.-Ten-Doorn in de Zuid­moer­straat, het statige 18de-eeuwse herenhuis met fronton in de Stationsstraat 4-6 (nu Generale Bank), de villa Dageraad (nu hotel Shamon op de Gentsesteenweg) in art nouveau stijl en hetWaterproductiecentrum in de Waai


Huysmanshoeve

Stadswandeling
Op de Markt kun je vertrekken voor een rustige wandeling langs sfeervolle pleintjes, waar je oog in oog komt te staan met bekende Eeklonaars.  Op de Markt (heraangelegd in 1997) staat De Herbakker van Eeklo, klaar om de hoofden die moeten worden herbakken, in de oven te steken.  Karel Lodewijk Ledeganck (1805-1847) prijkt hoog op zijn voetstuk en heeft zo zijn bedenkingen bij het drukke verkeer.  Een borstbeeld van Karel Francies ('Ridder') Stroo (1793-1873), 19de-eeuws burgemeester en mecenas, staat in de toegang tot de paterskerk, die hij liet bouwen en betaalde.  Op het Jan Frans Willemsplein werd, broederlijk naast elkaar, een monument opgericht voor Jan Frans Willems (1793-1846), die tussen 1831 en 1835 naar Eeklo 'verbannen' werd en hier zijn Reinaert de Vos publiceerde, en voor zijn tijdgenoot, de Limburgse schrijver van De Bokkenrijders, Pieter Ecrevisse (1804-1879), die van 1839 tot zijn overlijden in Eeklo vrederechter was.  Aan het station kijkt een ietwat ernstigePolydoor Lippens (1810-1889) uitvinder van o.m. de elektrische bel, naar voorbijhollende reizigers.


1. Stadhuis
2. C. C. De Herbakker
3. Jenevermuseum + Toerisme Meetjesland
4. Politie
5. Post
6. Station
7. Vredegerecht
8. Oud herenhuis Goethals-Alleman
9. Grafkapel
10. Gemeentelijke Begraafplaats
11. Sint-Vincentiuskerk
12. O.-L.-Vrouw ten Doorn
13. Kapel O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen
14. Kapel arme klaren


15. Paterskerk
16. Beeld Tamboer
17. Standbeeld Herbakker
18. Standbeeld K. L. Ledeganck
19. J.F. Willems en P. Ecrevisse
20. De Welgezinden
21. Canadaplein
22. Hotel Shamon / Villa Dageraad
23. Het Leen: Provinciaal Bosinfocentrum,
Heemmuseum + vvv
24. Heldenpark - Zwembad
25. Huysmanshoeve
26. Balgerhoeke
De marktkramer-straatzanger Tamboer (1892-1974) zit op het Kerkplein rechtover de herberg De Vreeze Gods een levenslied te zingen en accordeon te spelen.  Aan het Jeneverhuis op het Van Hoorebekeplein staat een buste van Yvonne Van Acker, een Eeklose actrice, tevens een hommage aan alle amateurtoneelspelers en een beetje verder op het Herbakkersplein aan het Cultureel Centrum De Herbakker springen Dansende Nimfen op een oude molensteen in het rond.  Voor de Academie voor Schone Kunsten zie je een borstbeeld van de graficus Luc Verstraete.  Een beeldengroep, het mannen­koor De Welgezinden, staat in de Cocquytstraat dicht bij de herberg waar het meer dan honderd jaar geleden werd opgericht.

Volkszanger Tamboer

Herinneringen aan de oorlogen vind je aan de gevel van het belfort, in de Sint-Vincentiuskerk en ook op het Canadapleintje.  Daar staat, in Canadese grond, het beeld De soldaat en het Meisje, als aan­denken aan de Canadese soldaten die hier bij de bevrijding in september-oktober 1944 aan het Schipdonkkanaal sneuvelden.  Wie zich voor die periode interesseert, rijdt het best eens tot aan het Schipdonkkanaal in Balgerhoeke, waar een Shermantank getuigt van de grote verwoestingen die Balgerhoeke tot tweemaal toe, in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, onderging.  Stap af op het gezellige pleintje en bezoek de Sint-Antonius van Paduakerk, eveneens van de hand van Modest De Noyette.  Een beetje verder in de richting van St.-Laureins staan de verbrandingsoven (1982) en de water­zuiverings­installatie aan de expresweg Antwerpen-Knokke (N49).


Jachthaven Eeklose Vaart

Voor sport kun je onder meer terecht in de stedelijke sporthal met basketbalhal (Burg. Pussemierstraat), het zwembad (Oostveldstraat) en het E. Van De Veirestadion (Zandvleuge).  Wie van watersport houdt, kan eens tot de Eeklose jachthaven rijden, een volwaardig watersportcentrum op de Eeklose Vaart, waar zowel individueel als in groep, kajaks en kano's gehuurd kunnen worden.

Musea
Jeneverhuis
Een vergaan deel van Eeklo's industrieel verleden, dat van de jeneverstokerij Van Hoorebeke, blijft voortleven in het Jeneverhuis, een museum dat in de oude stokerij in de Boelare ingericht werd.

Heemmuseum
Andere getuigenissen van Eeklo's verleden vind je terug in het Heemmuseum, gelegen in het bosrijke provinciaal domein Het Leen.  Aan de hand van oude gereedschappen en voorwerpen en een aantal gereconstrueerde winkeltjes, ontdek je er hoe onze overgrootouders woonden, werkten en zich ver­maakten.

Het Provinciaal Bosinfocentrum in Het Leen geeft antwoord op je vragen in verband met 'bos, boom en hout'.  Plannetjes van twee uitgestippelde wandelingen in het domein, liggen ter beschikking.
Paul Van de Woestijne